Overijse houdt Begijntjesbad bewust open via samenwerking met Huldenberg en Hoeilaart
- 21 jan
- 1 minuten om te lezen
Het college van burgemeester en schepenen van Overijse heeft de samenwerking rond het Begijntjesbad met de gemeenten Huldenberg en Hoeilaart bevestigd. Dankzij duidelijke afspraken over gebruik en financiering blijft het gemeentelijk zwembad toegankelijk voor scholen, verenigingen en inwoners uit de regio, met een eerlijkere verdeling van de kosten.

“Een gemeentelijk zwembad is cruciaal,” zegt Jeroen Van San, schepen van Facilitair Beheer. “Maar we moeten ook eerlijk zijn: het Begijntjesbad kost Overijse elk jaar ettelijke honderdduizenden euro’s.” Daarom maakte Overijse concrete afspraken met de buurgemeenten over hun financiële bijdrage.
Concreet zal Huldenberg jaarlijks 76.854 euro bijdragen en Hoeilaart 77.921 euro per jaar. Samen gaat het om een totale jaarlijkse bijdrage van 154.775 euro. In ruil krijgen inwoners, scholen en verenigingen uit beide gemeenten dezelfde voorwaarden als die uit Overijse.“Scholen uit Hoeilaart en Huldenberg kunnen op gelijke voet schoolzwemmen in het Begijntjesbad,” verduidelijkt Van San. “Ook verenigingen krijgen dezelfde toegang en tarieven als Overijse verenigingen, en inwoners betalen hetzelfde voordelige tarief als Overijsenaars.”
De samenwerking met Huldenberg loopt voor de volledige legislatuur 2026–2031. Met Hoeilaart wordt een overeenkomst afgesloten voor 2026, met de duidelijke intentie om die nadien te verlengen.
Ondanks deze bijdragen blijft het zwembad financieel verlieslatend. Toch kiest het bestuur er bewust voor om het Begijntjesbad open te houden. Burgemeester en bevoegd voor Sport Inge Lenseclaes licht toe:
“Het Begijntjesbad is geen luxe, maar een maatschappelijke basisvoorziening. Hier leren kinderen zwemmen, sporten verenigingen en investeren we in gezondheid en welzijn. Dat is een bewuste keuze van dit bestuur.”
Met deze beslissing bevestigt Overijse haar engagement voor sport, zwemonderwijs en samenwerking over de gemeentegrenzen heen, in lijn met het bestuursakkoord en het meerjarenplan.





Opmerkingen